Sinds de uitspraak van de Hoge Raad uit 1982 kunnen vrouwen die in een situatie van huwelijkse gevangenschap zitten voor een oplossing terecht bij de Nederlandse rechter. Tijdens de eerste decennia nadien heeft een handvol joodse vrouwen van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Sinds 2010 wordt deze weg ook bewandeld door moslims, die tegenwoordig de meerderheid vormen in zaken van huwelijkse gevangenschap. Met de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet tegengaan huwelijkse gevangenschap kreeg de procedure een wettelijke basis. Er werden twee nieuwe bepalingen in de wet opgenomen die een echtgenoot het recht en de mogelijkheid bieden om via de Nederlandse rechter te bewerkstelligen dat de andere echtgenoot meewerkt aan de beëindiging van een religieus huwelijk: artikel 1:68 lid 2 BW en artikel 827 lid 1 aanhef en onder e Rv. In de onderhavige bijdrage zal op basis van ontwikkelingen in de rechtspraak worden nagegaan of de nieuwe wet aan het bereiken van het doel van de wetgever heeft bijgedragen en welke knelpunten er kunnen worden gesignaleerd. De focus zal liggen op rechtspraak waarin wordt verzocht om medewerking aan een islamitische scheiding, en de bespreking beperkt zich tot de inhoudelijke beoordeling door rechters.
Building similarity graph...
Analyzing shared references across papers
Loading...
Susan Rutten
Building similarity graph...
Analyzing shared references across papers
Loading...
Susan Rutten (Thu,) studied this question.